De hond
![]() |
Een hond kan gevaccineerd worden tegen de volgende virale ziekten:
Een standaard primovaccinatie van een pup voer ik normaal gezien uit vanaf 6 weken ouderdom (zeker vóór 12 weken), 3-4 weken nadien volgt dan een herhalingsinjectie en dan volgt een jaarlijkse herhaling voor een blijvende weerstand. Wanneer er sprake is van een gebrekkige maternale immuniteit of een hoge besmettingsdruk wordt een ander schema opgesteld. Voor sommige ziekten dient men maar om de 3 jaar in te enten (vb. hondsdolheid). Naast een goede vaccinatie is een goed ontwormingsschema ook heel belangrijk voor een jonge pup. Daarvan breng ik u bij de eerste vaccinatie op de hoogte.
Het castreren van een reu is best aangewezen vanaf 6 maand, een sterilisatie van een teef best ná haar eerste loopsheid.
Indien u zich onder Samber en Maas begeeft of op reis gaat naar het buitenland met uw huisdieren dienen deze ingeënt te zijn (minstens drie weken op voorhand) tegen rabiës (= hondsdolheid). Voor sommige landen gelden nog striktere eisen (o.a. Verenigd Koninkrijk). Neem gerust contact op voor verdere informatie.