Tandverzorging
Goede tandverzorging is een essentieel onderdeel voor een “ Equus sanus in corpore sano ”, een gezond paard in een gezond lichaam. Symptomen van een slecht gebit zijn: slecht eten/ morsen bij het eten, voedselresten tussen de tanden/wangen, vermageren, slecht ruikende adem en het vinden van onverteerbare voedselresten in de mest. Daarnaast is ook vaak conditieverlies, oog/neusvloei merkbaar en dikwijls worden ook problemen bij het rijden ervaren (reactie op het bit, reactie op het aansnoeren van de neusriem, het hoofd scheef houden, tong uit de mond, slecht naar links of rechts draaien, …). Tandproblemen kennen verschillende oorzaken.
Vooreerst eten de paarden nu in vergelijking met vroeger gedurende kortere tijden. Door het eten van voordroog en zachte brokken slijten de tanden minder af dan bij het eten van hooi en gerst of haver.
Een paard kan geboren zijn met een slecht gebit of afgebroken tanden hebben. Vaak is ook het wisselen van de tanden een aanleiding tot tandproblemen.
Een regelmatige tandcontrole is aan te raden voor ieder paard, voor een betere spijsvertering, een goede spieropbouw, een betere conditie (en dus betere prestaties), en ook voor verminderde kans op kolieken. Kortom, voor een aangenamer, gezonder paard raad ik aan om bij paarden tot 5 jaar om de 6 maanden een tandcontrole uit te voeren, dit om het wisselen van de tanden in de gaten te houden. Nadien is een jaarlijkse controle waarbij haken kunnen bijgevijld worden, tanden getrokken worden, … voldoende. Ook voor het zadelmak maken is een tandcontrole aangeraden (eventuele aanwezigheid van wolfstand).
Weetje: Wist u dat paardentanden hun hele leven lang groeien (ongeveer 4 mm/jaar)?